’Vlaamse media kunnen zonder steun’

Sven Gatz werkt aan een kader om nieuwe media-initiatieven beter te ondersteunen. Omgekeerd hoopt de minister van Media dat er aan de onrechtstreekse staatssteun voor de media via het krantencontract een einde komt.

’Over de media heb ik niets te zeggen’, zo heet het nu al 17de boek van Sven Gatz (Open VLD). Een wat vreemde titel voor een Vlaamse minister van Media, maar daarmee wil de Brusselaar vooral onderstrepen dat hij eigenlijk weinig macht heeft of wil hebben over de media. ‘Het liefst van al bewaar ik een grote afstand van de media. Al lukt dat niet altijd.’

In het boek staat hij even stil bij de staat van het medialandschap, en laat hij elf experts aan het woord over hun specifieke vakgebied, met onder anderen Christian Van Thillo (De Persgroep), Gert Ysebaert (Mediahuis), John Porter (Telenet), Dominique Leroy (Proximus) en Isabel Albers (HLN) als gastpennen. ‘Zal dit een bestseller worden? Waarschijnlijk niet’, zegt Gatz. ‘Maar dit boek moet een beeld geven van de media in een bepaald tijdsgewricht. Hopelijk heeft het over tien jaar nog een zekere waarde.’

In het boek wordt weinig echt stelling genomen, maar op de presentatie had Gatz het wel even over zijn beleid. Een van de punten voor de toekomst is nieuwe media-initiatieven vanuit de overheid voldoende ademruimte te geven. Gatz werkt daarvoor aan een nieuwe aanpak. ‘Vandaag is het nog echt: u vraagt, wij draaien. Waar ik naartoe wil, is dat we in een meer vastgelegd stramien een stukje van het budget echt toewijzen aan nieuwe initiatieven, die we dan een tijdje kunnen steunen.’

’Dat zal wat trial and error zijn. Bekijk het als durfkapitaal, maar dan op heel kleine schaal. Van sommige van die initiatieven zal snel duidelijk zijn dat ze op de lange termijn niet levensvatbaar zijn. Maar misschien kunnen andere plantjes met een beetje water wel uitgroeien tot een stevige struik die op zichzelf kan staan.’

De nieuwe aanpak mikt duidelijk op tijdelijke steun, terwijl de ‘klassieke’ papieren media al jaren kunnen rekenen op onrechtstreekse staatssteun via het door de overheid betaalde krantencontract. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de Vlaamse media het zonder die steun kunnen doen. Alleen is de situatie van veel Franstalige kranten bijzonder precair, en dat is de kern van de zaak. Maar ik ga ervan uit - en ik zou het een goede zaak vinden - dat de steun vanuit de federale overheid ditmaal voor het laatst is gegeven. Als je media dan toch onrechtstreeks wil ondersteunen, zijn er zeker creatievere manieren om dat te doen dan via de bedeling van kranten.’

Wat is het krantencontract?

Vlaams minister van Media Sven Gatz hoopt en denkt dat het de laatste keer is geweest dat de mediasector onrechtstreekse staatssteun krijgt via het krantencontract.

Dat contract houdt in dat de overheid een belangrijk deel van de kosten van de levering van kranten en tijdschriften voor zich neemt, als onrechtstreekse steun aan de mediasector. Bpost haalde dit jaar een verlenging van dat overheidscontract binnen, goed voor 165 à 170 miljoen euro per jaar gedurende vijf jaar.

Nieuwe, digitale mediaspelers zijn al lang fel gekant tegen die vorm van subsidies, omdat ze tot monopolievorming zouden leiden en innovatie zouden tegengaan.